Hallo, gebruiker, bent u daar nog?

door Luc Sala

De discussie over het Internet gaat de laatste tijd meer over vrijheid van meningsuiting, over wettelijke kaders en culturele impact dan over wat de gebruiker er van vindt. Die gebruiker hoor je niet en zelfs op de http://net.info.nl site zie ik hem eigenlijk maar nauwelijks. Als ik de gegevens van de bezoekers eens bekijk (en heel duidelijk zijn die niet) dan zie ik nog steeds veel universiteiten en researchclubs, adressen als JanL@dds.nl of PietK@pi.nl blijven zeldzaam. Men leutert over enorme groei, maar als zelfs Planet Internet met alle hype maar iets van 12.000 abonnee's zegt te hebben gescoord (en iedereen die ik ken mocht gratis mee met de b-test) dan is het nog echt geen volksmedium. Wie had gedacht dat het Internet zo snel op zou komen (en nu zo snel stagneert in werkelijk gebruik)? Voorspellingen op dit gebied moeten niet gebaseerd zijn op wat kan, maar op wat nodig en aardig is, vanuit de gebruiker en de samenleving gezien.

Er gloort, als we de industrie en de media mogen geloven, een rozige Digitale Toekomst, waarbij iedereen en alles aan elkaar en aan wereldwijde databanken gekoppeld zal zijn en naar believen en behoefte die data toegevoegd krijgt, die hem, haar of het gelukkig zullen maken. Ik ben daar iets minder optimistisch over, ik denk eerder dat we een vrij geleidelijke groei van professionele datacommunicatie zullen zien maar dat de overstap naar de consument als digitale lezer/kijker/genieter veel moeilijker zal zijn. We vergeten namelijk, dat de mens qua lichaam en geest biologisch gezien nog maar pas de oertijd ontgroeit is en helemaal niet zit te wachten op de interactieve overvloed van de zogenaamde digitale snelweg.
We praten over informatie-snelweg, maar het is niet meer dan een data-verkeersader. Data en informatie zijn twee verschillende dingen, pas wannneer een bit bijt wordt het informatie, met andere woorden wanneer de ontvanger er iets mee doet, iets merkt, er iets verandert. Enorme databergen en datastromen betekenen niets, als niemand er iets mee doet. Zelfs het via TV of Net binnenhalen wil nog niet zeggen dat je er iets aan hebt of er iets mee doet. Dat is wat de Internet-marketeers nu leren, dat kijkers nog geen kopers zijn, dat veel verkeer (`hits') nog niet zo veel zegt.

Electronische communicatie groeit en voor zover dat gaat om het verkeer binnen en tussen organisaties, bedrijven en professionele gebruikers is dat ook een gezonde groei, die stoelt op echte voordelen en een grotere effectiviteit in de communicatie. Met name e-mail is langzamerhand ontdekt als een manier om persoonlijk contact te houden met een veel grotere groep dan met de aloude papieren brief. Daarnaast is er de toenemende beeld-cultuur, we gebruiken meer plaatjes, meer kleur en meer multimedia en dat is een van de drijvende factoren in de industrie, we hebben betere beeldschermen, meer gehuegen en meer opslag nodig. Gaan we dat ook nog versturen of anderszins communiceren, dan is er technische gezien een grotere bandbreedte nodig, dus betere telecom-verbindingen of betere printers met kleur en hoge resolutie. Het internet speelt een belangrijke rol als aanjager voor met name de e-mail cultuur, maar de hoop dat het ook een echt publieksmedium zal worden, is mijns inziens wat voorbarig. We zijn daar als samenleving nog niet echt rijp voor, de gemiddelde gebruiker heeft nog geen echte behoefte aan e-mail omdat je er praktisch gezien - als consument - nog niets aan hebt. Ik zie het internet als publieksmedium dan ook niet zo zitten, voorlopig is het hoogstens iets voor de zakelijke en professionele markt, we moeten ons door enige tienduizenden nerds/hackers/netsurfers niet gek laten maken, de gewone burger kan erg weinig met dat world-wide-web.
Pas wanneer electronisch betalen, belastingaangiftes, parkeervergunningen en zo ingeburgerd raken komt er een echte vraag los. Hier kunnen overigens de overheid en de kabelexploitanten veel aan doen, een gemeente bijvoorbeeld kan heel veel communicatie tussen burger en allerlei instanties nu al - eventueel experimenteel - electronisch laten verlopen. Ik pleit al een tijdje voor e-mail loketten op postkantoren om het grote publiek te laten wennen aan die toch heel andere manier van communiceren.

Wanneer men praat over de digitale snelweg als publieksmedium, dan is dat veel meer als een soort super-kabel voor televisieprogramma's met heel beperkte interactie, wat kies-TV en betaal kanalen en zo. Dat is heel wat anders dan het digitale verkeersnet voor punt-tot-punt communicatie zoals met e-mail of het Internet. Die twee gebieden, dus omroep en telefonie-achtig verkeer kunnen eventueel wel via hetzelfde fysieke medium lopen (telefoonkabel, coax of glasvezel, misschien ook satelliet) maar het zijn echt nog verschillende toepassingen. De video-highway met 500 kanalen TV en de data-highway met punt-tot-punt verkeer hebben - voorlopig - ook heel andere doelgroepen. En wanneer zou blijken dat de gemiddelde TV-kijker geen behoefte heeft (en er voor wil betalen of reclame accepteren) aan meer dan zeg 50 kanalen TV dan gaat die video-highway er ook niet zo snel komen.
De data-highway groeit gewoon door, dat is een evolutie van de telefoon-internet-isdn-atm structuur die biedt wat gebruikers (bedrijven) vragen en willen betalen.

Data-oorlog

Valt u ook op, dat men graag in termen van oorlog praat, als het gaat om de informatica. Komt dat uit Amerika, waar men bij gebrek aan een echte oorlog toch maar een war on drugs en nu een informatica-offensief heeft bedacht? Men praat over informatie-snelweg en denkt dat zoeits zo maar zou gaan werken. Een informatie-bombardement zou inhouden, dat de gebruikers plotseling meer gegevens toelaten en gaan gebruiken. Zonder twijfel gaat er in de toekomst veel meer data beschikbaar komen, maar de ervaring leert, dat bijvoorbeeld televisiekijken nauwelijks toeneemt naarmate er meer kanalen komen. Er moet wat dat betreft dus meer gedeeld worden, per kanaal minder kijkers en dus minder inkomsten. In plaats van broadcasting gaan we naar narrowcasting, maar hoe dat zal uitwerken is niet goed te voorzien. We weten alleen vrij zeker, dat de produktiekosten per uur TV omlaag zullen moeten, terwijl de creatieve/recreatieve inhoud niet veel minder mag worden, we zijn het tenslotte goed gewend.
Maar hoeveel mag een uur TV kosten (of aan reclame opbrengen), als je b.v. in Amsterdam met 500.000 aansluitingen keus hebt uit 100 kanalen, per uur kijken er dan gemiddeld maar een paar honderd mensen. Een ander probleem is, hoe vinden de gebruikers wat ze willen zien op de TV of het Internet. Men praat over slimme `agents', hulpjes die voor je selecteren maar worden dat meer dan een soort zap-robots. Maar lost dat onze behoefte aan echte informatie op, aan echt contact met echt nieuws, programma's en mensen. Het probleem met het internet is dat je alleen maar de `leuke' en voor jou interessante dingen opzoekt, maar we leren en ervaren vaak het meeste van de dingen die we eigenlijk niet leuk vinden, zoals beelden uit SomaliŽ of BosniŽ. Je zult erg slimme en bijna `wijze' agents' nodig hebben, en voorlopig zijn de programmamakers wat dat betreft de beste keus. Ik zie eerder een soort persoonlijke media-adviseur ontstaan, het soort zap-guides dat je nu in print in programmabladen tegenkomt. Papier is wat dat betreft nog niet uitgespeeld, de glorietijd voor de lokale omroepbladen moet nog beginnen.

Net-apartheid

We moeten waken voor net-apartheid, een separatie tussen `ons' met de internet-adressen en e-mail eretekenen en hen zonder dat, zonder creditcards en zonder electronisceh toekomst. Dat is een zaak voor de politici, die nu snel zaken als universal access en minimum toegang voor iedereen tot media als Internet en MSN moeten regelen, desnoods afdwingen. Pluriformiteit, niet alleen in aanbieders en content, maar ook in media en wat dat betreft zal de overheid heel wat moeten regelen, als het aan Gates en CNN ligt krijgen we een uni-dieet. Nieuwe media doen niets anders dan oude media, het zijn bruggen tussen mensen, daar kun je elkaar in ontmoeten of elkaar te lijf gaan. De boekdrukkunst was een van de oorzaken van oorzaken van allerlei godsdiensttwisten, maar heeft ook het begrip tussen mensen verbeterd. Wel hebben `virtuele media' en VR is daarbij alleen maar een verdere stap na boeken, TV, film etc. het nadeel dat we ons gevoel voor wat belangrijk is kwijtraken. We externaliseren steeds meer, we stoppen in computers en databanken wat we vroeger in ons hart wisten. De belangrijkste zegening van nieuwe media is dat kleinschaligheid, ondanks alles, weer een kans krijgt. Op het internet, in de lokale media, de menselijke maat komt weer terug. Pas wanneer je weer met je buurman over iets gaat praten dat je samen gezien hebt, en samen dingen gaat doen als gevolg daarvan, dan vormt zich weer een samenleving, iets waar je deel van uitmaakt. De Digitale revolutie heeft dat aangetast, maar via een omweg komt het nu weer een beetje terug.