Stellingen over computer en samenleving (door Luc Sala)

Er wordt nog veel te weinig nagedacht over de relatie geest-computer, we steken onze kop in het zand en geloven te snel dat het allemaal wel goed komt, de computer is tenslotte geen goed of kwaad, maar slechts een werktuig. Het is de vraag of we de ontwikkelingen mogen negeren. Teneinde de discussie over dit onderwerp te stimuleren, volgen hieronder wat stellingen:

Dat er te veel gegevens zijn, is niets nieuws, in het verleden hebben diverse beschavingen daarvoor altijd oplossingen gevonden en gegevens gecondenseerd tot informatie in vormen als mythen en sagen, sociale organisaties, rolpatronen en religie.

Veel van de zogenaamde productiviteitssoftware vormt een beangstigend keurslijf, dat de creativiteit remt en meer de interne organisatie verstart dan openbreekt en flexibel houdt.

De Spreadsheet is een vorm van (zelf)-hypnose.

De subliminal, on- en onderbewuste inhoud van software is onvoldoende zichtbaar, hetgeen duidelijke gevaren met zich meebrengt. Manipulatie is niet ondenkbaar en zelfs vrij gemakkelijk.

Software wordt wel speciaal gemaakt en aangepast aan de toepassing en het bedrijf, de verschillen tussen individuele gebruikers en hun fysiologische en psychologische behoeften worden maar zeer beperkt gehonoreerd (de muis/toetsenbord keuze is ongeveer het maximum).

Bij computergebruik wordt de creatieve (chi) energie beperkt tot slechts een paar van de energie-knooppunten (chakra's), voornamelijk die van het hoofd/denken. De mens-machine interface is niet principieel beperkt en zou dus alle energie-centra chakra's kunnen omvatten.

Onderzoek naar alternatieve mens-machine interfaces zou niet beperkt mogen zijn tot visueel/tactiel, maar alle zintuigen, ook de ESP faciliteiten moeten omvatten. Is er bijvoorbeeld een interactie te meten tussen computers en mensen in andere bewustzijnstoestanden, zoals bij gebruik van hallucinogenen.

Programmeren is als activiteit nog te veel gestoeld op de mechanistische Westerse filosofie van aanwijsbare oorzaak en gevolg. Zaken als estetiek, religie, spiritualiteit en intuitie worden worden wel gebruikt, maar dan als ondergrondse, niet- zichtbare invloed door individuele ontwikkelaars.

De opkomst van de computermysticus is als cultuurfenomeen voor de volgende eeuw te verwachten.

De ultieme `hacker' communiceert direct met de machine, zonder gestoord te worden door een interface.

Indien er negatieve psychologische effecten zijn, dan zullen er ook wel positieve te vinden zijn en zou de computer ook gebruikt kunnen worden om de negatieve dingen te neutraliseren of zelf therapeutisch te worden ingezet, zowel fysiologisch als psychologisch.

De `hacker' zou kunnen worden geidealiseerd als een moderne interpretatie van de archetypische revolutionair, maar ook als een gefrustreerde `speler van het leven'.

Net zoals een computervirus een signaalfunctie heeft voor de maatschappelijke impact van de informatica, zo zouden bewust negatieve, criminele of zelfs fascistische programma's de wereld wakker kunnen schudden voor wat de psyche ondervindt van de computer.

Bij de keus voor een mens/machine interface in VR heeft men tot nu toe de speen of kunstmatige tepel over het hoofd gezien.

Met VR kunnen we kleiner gaan wonen.

Overtredingen gepleegd in VR worden kosmisch geregeld.

De ergste gevangenis wordt een hemel met VR.


Terug naar de EGO 2000 index.