Opzet Lokale Media Akademie

In het navolgende wordt gepleit voor de spoedige oprichting/realisatie van een Lokale Media Akademie in Amsterdam. Een opleiding die, om het simpel te houden, media-middenstanders vormt.


Daar zouden in een voorlopig eenjarige opleiding een tweetal soorten mediawerkers kunnen worden opgeleid, namelijk zelfstandige mediaproducenten (HBO niveau) en uitvoeringsgerichte multimedia-technici (MBO). Voor beide groepen zijn er nog geen duidelijke opleidingen, er tekent zich wel een markt voor dergelijke mensen af en het past bij de traditie, de actuele situatie en doelstelling van Amsterdam om hierin het voortouw te nemen. Een experiment met een eenjarige opleiding op dit gebied zou plm. 1,5 miljoen kosten voor een eerste groep van 40 studenten. Deze Akademie zou onder auspicien van een aantal bestaande Amsterdamse instellingen snel tot stand kunnen komen.

Met de opkomst van het Internet, de toename van het aantal kabelkanalen en diensten via de kabel, video via de telefoon of ISDN, de installatie van openbare Net-terminals, de verspreiding van NetComputers en de opkomst van interactieve games-kanalen tekent zich een nieuwe perspectief af voor lokale, kleinschalige media. Anders dan de traditionele foto, film, print en televisiebranche gaat het om qua oplage, omvang en kwaliteit beperkte produkties, gemaakt met beperktere middelen en in het algemeen een veel kleiner budget dan de traditionele produkties.

Deze zogenaamde micromedia hebben de volgende kenmerken:
- kleinschalig, met veel kleinere budgetten dan national media
- sterker doelgroepgericht, met een kleiner prubliek met per onderwerp een hogere interesse - een breder scala van gebruikte technieken, naast traditionele video/film ook home-video, html, PC-editing, interactieve distributie (pay-per-view/video-on-demand), click&clip editing, digitale archivering, hypertext, meer en directere responsmogelijkheden en koppelingen met diensten.
- onderwerpen die dicht bij de mensen staan
- het vorm/inhoud evenwicht ligt dichter bij inhoud, op de vormkwaliteit kan en moet bezuinigd worden.
- een kortere preproduktie en produktietijd met als gevold snellere terugkoppeling
- toenemende integratie van media tot multimediale produkties en gekoppelde media, dus niet alleen een TV-programma maar ook een Internet-site, interactieve voice/fax mail response en CD-ROM die daar onlosmakelijk mee zijn verbonden.

Er is een heleboel meer over te zeggen, maar waar het hier om draait is dat voor dergelijke micromedia een nieuw soort mediamakers nodig is. In plaats van de trend naar specialisatie met voor iedere discipline een andere afdeling/medewerker is voor de kleinschalige totaalprodukties waar we hier over praten een meer algemeen opgeleide zelfstandige medimaker nodig. Iemand die enerzijds een breder overzicht heeft over het hele veld, anderzijds de kans krijgt om z'n eigen interesse tot kernthema van z'n programma/blad/site/dienst te maken. Zo iemand moet voldoen aan wat we wel de T-shape persoonlijkheid noemen, een generalist met voldoende diepgang op een specifiek gebied.

We zouden kunnen zeggen, dat voor lokale media er meer middenstands-mentaliteit nodig is, een manier van aanpakken, regelen, doen en compromissen sluiten tussen haalbaarheid en wenselijkheid die in de 'grote' mediawereld als prutswerk gezien wordt. Maar daarbij vergeet men dat ook de grootste kranten en omroepen klein begonnen zijn, dat de pioniers op die gebieden destijds drukker, journalist, verkoper en krantenjongen tegelijk waren. Naast technische kunde was ook altijd het commerciele aspect van doorslaggevend belang. Maken waar vraag naar is!

Juist omdat bij de 'grote' media de (ook noodzakelijke) schaalvergroting tot verschraling en vervlakking van het aanbod leidt komt er een kans voor het kleinschalige, lokale (of beter tribal gerichte), doelgerichte alternatief.

Profiel lokale media-ondernemer

De producent van lokale media zal vooral een duizendpoot moeten zijn, iemand die zowel de technische als commerciele vaardigheden in zich verenigt. Misschien niet op een topniveau, maar voldoende voor de markt waarin hij/zij opereert en in staat om alles wat daar bij komt kijken af te handelen. Vanaf een eerste contact via een offerte tot een proefopzet, dan de produktie en post-produktie en de zaak ook goed afwikkelen qua administratie en verantwoording. Omdat een aantal zaken technisch en organisatorisch niet door een one-man-band kunnen worden uitgevoerd, is er een tweede soort media-werker nodig, iemand die meer uitvoerend maar daarin met duidelijke creatieve vrijheid, bijvoorbeeld het camerawerk doet, de editting, het grafisch ontwerp en de techniek beheert.

De huidige opleidingen zoals de Media-akademies, Hogeschhol voor de Kunst, Kunstacademies, Filmakademie etc. hebben de neiging mensen op te leiden voor de meer traditionele en grootschalige mediaprodukties en de specialistische taken die daar te vinden zijn. Voor de kleine mediamakers zijn de gebruikte technieken, methodes, organisatiemodellen en praktijk-delen niet optimaal.

Het inpassen van lokale media opleidingen in bestaande instituten ligt moeilijk, omdat daar toch vaak gestreeft wordt naar artistieke en technisch hoogstaande kwaliteit, die juist bij kleinschalige commerciele media het haalbare compromis voorop staat. Dat vereist een heel andere aanpak, een andere filosofie, het is moeilijk om media-middenstanders in dezelfde opzet te laten delen als de media-solisten. Er zijn natuurlijk faciliteiten die gedeeld kunnen worden, maar het uitgangspunt is zo verschillend, dat bijvoorbeeld een kop-studie lokale media op de filmakademie niet serieus genomen zou worden. Bovendien vereist de noodzakelijke integratie van technieken dat juist specialisten van heel diverse aard samenwerken om de studenten de noodzakelijke vaardigheiden bij te brengen. Voor het maken van een simpele commercial is niet alleen filmvaardigheid nodig, maar er moet ook een tekstje gemaakt worden, wat muziek geregeld, de tegenwoordig noodzakelijke Internet-URL moet werken, maar dan moet er ook een afrekening en een faktuur komen, een overeenkomst over de rechten, kortom er moeten duizendpoten opgeleid worden. Dat is een mentaliteitskwestie en die moet vanaf het begin uiterst resultaatgericht zijn, niet zeuren maar doen, theorie in dienst van het resultaat.

Een nieuwe Akademie, ook al zou de doelstelling maar beperkt zijn, kan functioneren met al die andere instellingen, maar bijvoorbeeld ook samenwerken met Open Studio's, Salto, Television Research Center (archieven) en het feitelijk aanwezige veld van mediamakers bij Salto, Digitale Stad, schrijversopleidingen, film en videoclubs etc. Er is in Amsterdam een zeer breed draagvlak gegroeid, war misschien door de 'Hilversumse' media wat op wordt neergekeken, maar waaruit al veel is voortgekomen. Geef de 'eigen kweek' aan mediamakers een eigen gezicht, een eigen opleiding en daarmee status, de uitstraling daarvan zal verbazend zijn. Internationaal gezien een noviteit, een signaal naar de media in het algemeen, een stimulans voor de werkgelegenheid, apolitiek en deomcratisch, milieuvriendelijk en mogelijk het begin van een hele nieuwe industrie.

Praktische invulling

Normaal gesproken vereist het opzetten van een nieuwe opleiding een lange voorbereidingsperiode, er komen dan gedegen studies, langdradige rapporten en lange termijn beleidsnota's. Het resultaat is vaak gedegen een langdurige opleidingen die gebruik maken vantechnieken en methodes, die tegen de tijd dat de studenten klaar zijn, achterhaald blijken. Hte bedrijsfleven klaagt dan dat de opleidingen niet aansluiten bij de praktijk etc. Voor de hier voorgestelde Lokale Media Akademie zou het anders kunnen. Als je mensen wilt afleveren, die snel, alert, marktgevoelige en resultaatgericht aan de gang kunnen, dan moet de instelling toch eigenlijk op dezelfde manier werken en van start gaan. Dan moet het image van de opleiding consitsrent zijn met de opzet, de aanpak van de hele academie als het ware het voorbeeld voor de manier van werken die het beoogt te onderwijzen.
En dat betekent dat de hele opzet en de realisatie van dit plam voor een Lokale Media Akademie ook snel, effectief en resultaatgericht moet zijn. De traditionele manier van het opzetten van een opleiding past hier niet, hier is daadkracht van belang, een dosis goodwill, de bereidheid tot medewerking van de 'bevoogdende' instellingen, samenwerking met leveranciers van mensen (arbeidsbureau's, dekanen, vooropleidingen) en afnemers van produkten of mensen (lokale omroepen, reclamebureau's, producenten, uitgevers) en vooral de instelling dat het resultaat telt.

In de praktijk van het beoogde werkterrein van de studenten vraagt niemand om een middenstandsdiploma of vestigingsvergunning, maar wil men een offerte hebben, een fraaie demo-tape, een homepage-opzet, een projectbegroting en geen businessplan, een ruwe schets en geen volledig uitgewerkt scenario.

Leer-opzet:

Er zijn voor lokale media twee soorten mensen nodig:
A: de ondernemers/managers/producenten: hierna aan te duiden als producent Lokale Media
De groep zou geworven kunnen worden uit de iets gevorderde lokale media scene en via b.v. de ABC organisatie en zou kunnen draaien op (her)intreders.
B: de uitvoerders/technici/editors, ook aan te duiden als assistenten Lokale Media
Bij deze groep zou het niet om herintreders gaan, maar om een kopopleiding voor b.v. technische scholen.

Een praktisch beeld van een mini-produktie unit op multimediagebied staat hier voor ogen, namelijk een tweemans-operatie met een verkoper/manager/interviewer/producer en een chauffeur/technicus/cameraman/internet-beheerder/administrateur. Als hecht team, beiden in staat alle functies uit te voeren, maar vanuit geaardheid, energieniveau en ambitie met andere doelen.
Het gaat erom mensen op te leiden, die directe en praktisch aan de slag kunnen, binnen budgetten van hoogstens enige duizenden gulden per uur produktie iets neer kunnen leggen en de commerciele inslag hebben om zelf opdrachten te verwerven.

T-shape

Voor beiden geldt dat ze niet al te specialistisch kunnen worden, maar dat ze liefst al met een duidelijke hobby of interessegebied in hun bagage binnenkomen. Of dat nu sport, muziek, postzegelverzamelen, vliegtuigspotten of archeologie is maakt niet uit. Er moet ergens 'diepte' en de 'enthousiasme' aanwezig zijn, anders is het in het beoogde korte bestek niet zinvol om er een brede laag praktische realisatie-kunde overheen te leggen, generalisten zonder een paar hobbies hebben niets te melden. Vanuit hun eigen interesse en met het basispakket vaardigheden van de LMA zouden ze direct aan de gang moeten kunnen gaan.

De psychologische kenmerken van het type studenten dat geschikt zou zijn voor dit soort opleidingen zijn voldoende bekend, zelfstartende T-shape persoonlijkheden met zowel sociale als technische vaardigheden. Lieden die door andere opleidingen misschien als te lastig worden ervaren zouden goed in dit profiel passen, de vergelijking met de regelneef of zelfs de kleine crimineel is in dit verband misschien onaardig, maar wel illustratief. Wat de studenten in de loop van een jaar mee moeten krijgen, is een soort basisuitrusting, de Lokale Media Akademie moet een boot-camp zijn waar men niet alleen de noodzakelijke werktuigen krijgt aangereikt, maar ook verplicht wordt er iets mee te doen. En daarmee niet terugvallend op de gebruikelijke bedrijfsstages (hoe kun je ervaring opdoen in een branche die er nog niet of nauwelijks is) maar zelf of in heel kleine teams, maar wel in het stamverband met onderlinge steun en uitwisseling van de Akademie, erop uit en projecten uitvoeren.

Basispakket werktuigen

De studenten moeten een basispakket aan tools krijgen, die alle aspekten van de mediaproduktie omvatten. Dus zowel commercie als creatie als produktie en postproduktie/administratie, maar alles op een schaal die past bij het verwachte arbeidsveld. En dat is beperkt, qua mankracht, deskundigheid, produktkwaliteit, afzetmogelijkheden en status. De afgestudeerden van de Lokale Media Akademie worden de loodgieters van het mediaveld, de ambachtslieden van een nieuw, maar voorlopig bescheiden Gilde. Het gevaar is om te ver, te diep, te professioneel te worden, want zal men in de praktijk de beschikking krijgen over studio-faciliteiten die duizenden guldens per dag kosten, websites mogen ontwerpen van meer dan een heel beperkt aan kilobytes, CD-ROM's produceren met apparatuur die uitstijgt boven het niveau van de hobby-computer. Nee, het gaat er om om mensen op te leiden die met bescheiden middelen een acceptabel resultaat produceren, snel en effectief en niet ambiČren daar een Oscar voor te krijgen. Het heeft dus nauwelijks zin om studenten te laten werken met erg professionele apparatuur, editing equipment, studio-installaties, supercomputers of geautomatiseerde projectadministraties. Maar wel om ze vanaf het begin te wennen aan het digitale domein, goede transfermogelijkheden van het eindprodukt in te bouwen naar de professionele (maar vaak dinosaurische) formaten en kennis te laten maken met de click&clip technieken van digitale archieven. Maak zelf wat je kunt, leer werken met bescheiden werktuigen, budgetten en verwachtingen, maar weet vooral wat je niet kunt, waar je dat kunt regelen of kopen en hoe je gebruik kunt maken van 'netwerken', of dat nu mensen of computers zijn.

Studenten

Voor de producenten-opleiding ten minste 1 jaar HBO of universitaire opleiding : leeftijd 20-25
Voor de assistenten-opleiding ten minste aantoonbaar gevoel voor techniek: leeftijd 18-21

Hoewel de vermenging van twee qua leeftijd en opleiding, maar waarschijnlijk vooral qua ambitie en energie toch verschillende groepen in klassieke opleidingen niet vaak voorkomt, is in deze uiterst praktische opzet juist de mix essentieel. Men moet leren omgaan met elkaar, lekaar leren waarderen, anders kweek je eenlingen en loners, die juist in dit nieuwe gebied dan niet boven het maaiveld uikomen. Leren samenwerken, de menselijke interactie in een klein team met onderscheiden taken en deskundigheden, dat is een essentiel deel van de opleiding. Door duidelijke roulering, geen vaste maatjes en steeds nieuwe opdrachten in het verlengde van de vorige leert men samen iets te maken en ook te vertrouwen op de ander en diens inzet en kwaliteiten.

Leerplan

In het leerplan moeten aan bod komen:
- organisatie-technieken op een praktisch niveau zoals agendering, werkbesprekingen, workflow, planning, project-administratie
- verkooptechnieken en sociale vaardigheidtraining
- basistechniek
* Tekstschrijven - long / short / commercieel / rapportage /scenario * Homepagina maken (html & Java)
* Digitale technieken (DV video, Dat, PC-gebruik, DTP)
* video-produktie, belichting, camera, editing
- creatieve technieken, brainstorming, rollenspel, acteren
- research technieken, met name Internet, archieven, bronnen
- marketing en commercie, zowel voor zichzelf als voor opdrachtgevers
- presentatietechniek, op papier en live, ook voor de camera
- administratie, verantwoording, afwerking

Er zijn commerciele en niet-commerciele micromedia, maar in beide gevallen moeten de omroepen/uitgevers/producenten een stevige dosis marketing en sales inspanning doen om enerzijds subsidies te verwerven danwel adverteerders/sponsors te werven. In die zin verschilt de aanpak niet zo erg.


Realisatie

De hele opzet gaat uit van de technologie van nu (DV/DAT/Html), van realisatie van projecten met een beperkte horizon (morgen klaar), dus waarom het plan zelf niet gezwind uitvoeren?
Dit plan is aangeboden aan de drie betrokken wethouderds (vd Aa, dv Giessen, Krikke) en politieke partijen. Er zijn contacten met diverse instanties en instellingenm, zoals de Filmacademie, maar ook blijkt dat bestaande particuliere opleidingsinstituten zoals stichting Open Studio's achter dit plan staan. De doelgroep en doelstelling is een andere dan hun insteek, maar ze hebben de faciliteiten, opleiders en expertise in huis om in ieder geval het technische deel van de opleiding te helepn realiseren, ook op korte termijn. Ook is het verkrijgen van een MBO-status goed mogelijk. Huisvesting is haalbaar, naast de Kosmos zijn er genoeg andere lokalties, zoals het voormalige Werktheater, die leeg staan. Dat maakt het relatief eenvoudig om dit snel te realiseren, met wat goede wil en op basis van bestaande regelingen, met name in het kader van de befaamde 10% van het KTA, die nog niet is ingevuld. Deze academie zou daar in ieder geval een zet aan kunnen geven. initiatiefnemer: Luc Sala
sala@euronet.nl