Nieuwe Economie: hete lucht of toch duidelijke basis

Is er toch hoop voor een nieuwe en dienstige cyber-economie

Begin 2000 geloofde men nog heilig in de nieuwe economie, ik schreef toen een kritisch commentaar, waarop anno 2003 misschien een update nuttig is. Want wat bleef over van de hype en zit er een herkansing in?

Het klinkt misschien als reactionair, maar is het langzamerhand geen tijd om toch eens te kijken of er inderdaad nieuwe economische kansen zaten en zitten in wat Internet biedt. Voorbij de duidelijke voordelen voor downloadable producten, de catalogusfunctie, e-mail en vanity-publishing is er misschien toch een sprankje hoop. Ik zal hieronder uiteenzetten dat er een wezenlijke basis is voor de 'Nieuwe Economie', zoals die al kortstondig bloeide rond de eeuwwisseling. Voorbij de 'experience marketing' ligt namelijk het gebied van de experience selectie en de bemiddelingseconomie en dat is waar de echte kansen lagen en liggen. Een verbeterde hit-rate van de experience is waar de waarde zit, maar dat besef is verduisterd door de snelle opkomst en neergang van niet dienstige Internettoepassingen.

De Internet-bubble is anno 2003 niet alleen gebarsten, maar goeddeels leeggelopen. Zelfs Newconomy noemt zich nu Real Time, een verwijzing naar het wakker worden in de echte wereld, maar ook naar real-time computing. Wereldwijd zijn klappen gevallen en zitten we in een recessie die toch wel deels te wijten is aan die laateeuwse net-hype, al mogen we de varkenscyclus in de IT, die werd veroorzaakt door de millenniumangst, niet helemaal vergeten. De net-hype ontstond niet toevallig, maar bij gebrek aan een duidelijke waarderingsgrondslag; in het vacuŁm tussen oude en nieuwe economie was bellenblazen het devies, de mediamagiŽrs van de hebzucht konden hun gang gaan. Worldonline, Newconomy, Lost Boys, Twinning etc. bewezen juist door hun vrijwel totale gebrek aan inhoud of zelfs maar identiteit, dat we allemaal graag geloven in de luidruchtige profeten van de vooruitgang, vermomd als consultants, analisten, goeroe's, new boys/honden netwerk en hun sprookjes ten eigen bate. Natuurlijk was er verschil tussen de herkenbare, innovatieve en in zekere zin unieke concepten van eBay, Amazon.com of Yahoo en de smakeloze me-too mix van Nina Brink, de Jamby video-luchtspiegelingen of de sprokkelstatistiek van Newconomy, maar maakt dat wat uit? De IPO-experience was er niet minder om, honderdduizenden voelden de adrenalinekick, de vedette kwam eerst breed in beeld en werd toen ontmaskerd, was het drama niet een paar miljard waard? En wanneer komt die musical er nou? Anno 2003 lijkt de uitkomst bekend, de gokkers betaalden hun tol, de betere Nieuwe Tijden-Nieuwe Kansen speculanten weken snel uit naar het onroerend goed, gesteund door Vermeend's uiterst kortzichtige Box3 aanpak, waardoor na de Internet-bubble hier de vastgoed-bubble nog even lekker werd opgepompt en nog een paar jaar gevuld bleef. Dat ook die bubble nu sissend leegloopt kan niemand ontgaan.

"Genept worden is ook een ervaring" (vroegeeuws WOL-adagium)


God.com is groot en zijn bandbreedte oneindig. De vraag is of het Internet ooit in dezelfde categorie gaat vallen. Even leek het er op, de New Economy nam bijna religieuze dimensies aan, vooral voor hen die hun materiŽle welvaart afhankelijk hadden gemaakt van de beurskoersen dan wel de hype-handel rond internet en ICT-bedrijven. Het waren niet alleen de beursnieuwelingen, dit keer lieten ook de grote jongens zich foppen, hun lust om mee te reizen in de Internet-luchtballon leek bijna hysterisch.. Men zag een gouden kalf, maar hoe dat daar gekomen is, welke emotionele basis het Internet heeft (ik weet, dus ik ben), hoe click-gedrag (zappen is -1 op de click-schaal) de werkelijke keuze verengt, dat inzicht zat verborgen achter een mist van dollartekens en eerlijk gezegd zijn we nog niet veel verder gekomen. Fundamenteel geloven we nog steeds dat data gelijk staat aan informatie, dat informatie een one-way proces is, ICT de wonderolie van de samenleving en dat kennis macht brengt en niet andersom.
Internetters kleedden zich nog net niet in witte jassen, maar reden wel op Kronan fietsen of in Smarts, hun gebedswieltjes waren de opties en de Nasdaq was hun tempel.
De eeuw-wende kenmerkte zich door wat ik wel als de DOT.CON trend heb beschreven, een woordspeling die vast onbedoeld ook in New-CON-omy opdook. De bedonder-economie, niet alleen in cyberspace maar ook in openbaar bestuur, bij de banken, de aanbesteders en opzetjes-aannemers, de executive optiejagers, in de privatiseringsgolf , in het blind zijn voor de ware kosten van de ecologie. Het neoliberalisme werd goudgerand, 11 September maakte ruimte voor neoconservatief, terreur werd handel en waar is het idealisme gebleven? Burgerrechten worden vervangen door burgerplichten, visitatie, fouillering, Big Brother en repressie en we krijgen er hoogstens klantenrechten voor terug. De consument en z'n bestedingen staan voorop, de mens erachter telt nauwelijks. Privacy is handelsgoed, iets waar je geld mee verdient, vooral als je het kunt koppelen aan Homeland Security; de 'liberals' die dachten dat het Internet de nieuwe vrijheid zou brengen kregen ongelijk. Maar zat er dan helemaal geen handel in die nieuwe economie, was het allemaal lucht of is er toch een gezonde basis? Anno 2000 was daar geen duidelijkheid over, want er werd wat teveel ge-spin-dokterd, geneuzeld en koffiedik gekeken, liefst met een snuifje wit om de stress te beheersen. Nauwelijks wetenschappelijk onderbouwing voorbij de theorie dat het om de verkoop van ervaringen ging in deze postmoderne tijd, maar loste dat wat op?
De economen, maar vooral de boekhouders uit de brick&mortar wereld wilden wel weten hoe het nu echt zat, maar toen de zaak in elkaar donderde kreeg de nieuwe economie (te) snel de schuld. Men trachtte vlot de schuld af te schuiven en een reeks boekhoudschandalen kwam wat dat betreft als geroepen. Maar ik bleef zitten met onbeantwoorde vragen zoals:
Waarom is Yahoo meer of minder waard dan Amazon, welke intrinsieke waarde heeft een cyber-format, hoe hoort een integrale balans van zo'n cyber-age onderneming er uit te zien, hoe waardeert men (naast de verwerking als kosten) in de sociale balans de optie-bonding, hebben de milieubesparingen door Internet een waarde, hoe staat het met het afbreukrisico als het net plat gaat en hoe ligt de aansprakelijkheid voor auteursrechten of hacker-kwetsbaarheid?
Vragen, maar geen antwoorden, slechts het afschrijven van verliezen toen het mis ging. Sommigen worstelden door en dat zijn de winnaars van morgen, maar waarom ze overleefden is niet duidelijk. De beperkende condities zoals gebrek aan breed ingevoerde micro-payment systemen, ontbrekende internationale regelgeving, creditcardfraude, virusangst en spamvervuiling zijn er nog steeds, maar je ziet bepaalde business-models nu toch wel volwassen zijn. E-Bay, de zoekmachines, blijkbaar waren er formules die wel werkten. Die moeten we analyseren, niet in termen van dat vrijwel lege begrip 'informatie' dat we overal op plakken, maar door te kijken naar wat we er (als individu of macro-economisch) eigenlijk aan hebben.
Aan de hand van vier kwalificaties (zie boven) probeer ik de dienstigheid en dus de waarde van de nieuwe economie te bepalen.
Eerst het onderscheid tussen de oude economie, waar je gewoon omzet en winst moest maken door producten en diensten aan te bieden, die beter, sneller of goedkoper waren dan je concurrenten, en de nieuwe economie van virtuele diensten en gerichte bemiddeling, waar de winst ook kan komen uit aanpalende activiteiten zoals reclame en database vermarkting, of door je marktaandeel te gelde te maken in een exit-strategie.
In mijn visie ging en gaat het bij nieuwe economie om diensten, die heel specifiek gebruik maken van de interactie, snelheid, actualiteit en micro-targeting eigenschappen van het Internet en daarnaast virtueel zijn in de zin, dat ze zelf niets leveren, maar voornamelijk bemiddelen. Ze richten zich op het faciliteren van de keuze, het actualiseren van het aanbod/markt en het tot virtueel partner/stamlid maken van de klant. Gebruik makend van de eigenschappen van Internet, databases en ICT in brede zin kunnen we namelijk het aanbod zo persoonlijk en treffend maken, dat de klant/partner terugkomt, hij voelt zich thuis op die site/portal die zorgt dat de 'hit-rate' van z'n ervaringen optimaal is. De input van de klant is deel van het proces.
Wanneer we op basis van 'klassieke media' als een krant kiezen voor dit of dat boek, restaurant, concert of dating-partner, lopen we een grote kans mis te tasten of teleurgesteld thuis te komen, maar via Internet kan de kans op zo'n misser verkleind worden, omdat men het steeds 'persoonlijker' kan maken. Wie dat het beste doet en dus de hoogste hit-rate biedt is in business en kan geld verdienen aan reclame, leveringen of abonnementen.
Daarmee reken ik diensten die via het Internet alleen maar sneller en gemakkelijker lopen, dus niet tot de nieuwe economie. Het downloaden van porno, muziek of software, de meeste e-commerce en het elektronisch postorderen en natuurlijk ook e-mail zijn niet meer dan oude wijn in nieuwe zakken, een bestaande economische activiteit heeft een elektronisch vorm gekregen. Sneller, actueler, goedkoper, maar wezenlijk niet echt nieuw. Dat zou je ook kunnen zeggen van het leveren van data en bestelmogelijkheden voor beleggen en transacties en als daar geen sprake is van micro-targeting ofwel een gepersonaliseerde dienstverlening, is dat in deze opvatting dan ook geen nieuwe economie.

New-economy (1): we verkopen ervaringen, geen producten
Tegenwoordig vormt vooral de handel in 'ervaringen' steeds meer de basis van onze economie, men spreekt wel van een belevings- of ervaringseconomie. We moeten de 'oude' indelingen in de economie, bijvoorbeeld in reproduceerbare en niet-reproduceerbare goederen dus aanscherpen. Niet-reproduceerbare goederen zoals kunst ziet de 'gebruiker' steeds meer in termen van ervaring, niet van bezit. Een bepaald concert of een tijdelijke tentoonstelling, dat is niet-reproduceerbaar als je het gemist hebt, maar reproduceerbaar in de zin dat je er meer bezoekers kunt toelaten door een grotere zaal te nemen of de openstelling uit te breiden. Een etentje bestaat natuurlijk uit voedsel en drank, maar de ambiance, het gezelschap, de muziek en de service spelen ook een belangrijke rol. Winkelen is een koopervaring, meer dan 'boodschappen doen'. De producten die we aanschaffen hebben ook vaak meer betekenis dan het directe praktische nut, schoenen en kleding zijn ook een 'fashion-statement'.

Ervaring-herinnering-neuropatroon
Ervaring is een virtueel, psychologisch proces, waar we eigenlijk niet veel van weten. Neuro-linguistiek, het verband tussen beeld en taal, de manier waarop individuele en collectieve patronen zoals memes (Dawes e.a.) zich vastzetten, links/rechts denken, dit is niet bepaald het gebied van de 'harde' wetenschap. De ervaring als actueel, en dan ook nog zwaar gefilterd en verbogen proces wordt vastgezet in lang en kort geheugen, herinneringen op diverse niveau's, gekoppeld aan specifieke triggers; we hebben slechts een flauw vermoeden van de manier waarop bijvoorbeeld de combinatie bannersymbool, kleur, toetsenbord of muisbeweging ons onderbewuste bereikt. Het omgaan met ervaringen en herinneringen is eerder een kunst dan een kunde. Maar wanneer we kijken naar de ontwikkeling van de economie en de verhoudingen in de wereld, dan zien we dat de meest succesvolle ondernemingen, zoals kerken en politici, er al heel lang en winstgevend zaken mee doen. Ritueel en herhaling, eenheid van vorm en inhoud, kleur, set en setting, de tools van de perennial wisdom spelen vast een rol in de virtuele cyberspace, maar er is geen flauw benul hoe dat werkt, hoogstens zien we intuÔtief gevonden toevalstreffers.
Verkopen is in die zin dan ook meer geworden dan het aanbieden van de goederen of diensten met een beschrijving en een prijskaartje. Dat is waar veel Internet-aanbieders van het eerste uur zich op verkeken, zij dachten met lage prijzen het pleit te winnen. Prijs blijft belangrijk, Amazon.com werkt met forse kortingen, maar een succesvol e-commerce bedrijf moet meer bieden. De e-shop is langzamerhand een hele trip met de klassieke AIDA-verlokking, maar ook met ervaringsgericht entertainment. Een spelletje, aansluiten bij groepsgevoel, community-identificatie, sex, sensatie, spanning, grensoverschrijdend voyeurisme, de adrenaline van de tijdsdruk, de e-marketing exploreert klassieke thema's in nieuwe vormen. Dat is meer dan opleuken, het is het scheppen van een band tussen de klant (die soms ook medeproducent is) en de site of portal. Er moet een club-gevoel ontstaan, daar gebruikt men wel de term 'tribal marketing' voor, waardoor men steeds terugkomt. De juiste toon en vorm vinden voor een bepaalde doelgroep, maar ook daarin is de nieuwe economie niet uniek, dat doen marketeers al veel langer. Nu biedt Internet de mogelijkheid die doelgroep steeds nauwer te maken, de toonzetting en het aanbod aan te scherpen en interactief de keuze te verbeteren, persoonlijker en gerichter te maken. De nieuwe economie komt in beeld, waar micro-targeting haalbaar is. Individueel toegesneden aanbod, zo veel mogelijk gericht op een optimale ervaring.

New-economy (2): niet de ervaring, maar de trefkans op een goede ervaring telt
Individualisering van ervaringen Een van de uitdagingen, in wezen de kern van de nieuwe economy is niet zozeer het aanbieden van ervaringen, maar het verhogen van de trefkans. In enge Internet-termen gaat het om het verhogen van de hitrate per click. Op dit moment 'verspillen' we op dit gebied enorm, want hoe vaak gaan we niet naar een film, naar een concert, kopen we een boek of eten we een gerecht dat niet echt bevalt. We zijn enorm tolerant in dat opzicht, zitten uren braaf in een zaal, luisteren naar leuterkoek, eten rommel en betalen er ook nog braaf voor. In de VS is de consument wat kritischer in dit opzicht dan in Europa, het terugsturen of klagen over een gerecht of produkt gaat hier gepaard met schaamte, misschien ligt het wel aan ons denken we al snel. Maar zelfs de volgzame consument reageert, al stemt die vaak met z'n voeten en komt gewoon niet meer terug.
In de wereld van web-sites zijn we nog niet zo vertrouwd met de reactiepatronen van consumenten/bezoekers, maar blijkt wel dat bijvoorbeeld de productiviteit van banners op websites snel is afgenomen. E-klanten zijn aan de ene kant erg lui, hun emotionele en tijds-investering in het vertrouwd raken met een website, provider, e-leverancier geven ze niet graag op, maar dat vertaalt zich zeker niet in slaafs doorklikken naar wat hen wordt voorgehouden als popups, banners etc. Wel in een gewenningspatroon, en wie zich in de short-list in het geheugen van de websurfer weet te nestelen of zich in het onderbewuste weet te verankeren, heeft "merkwaarde". Hier liggen de mogelijkheden (en de basis voor de waardering) voor echte 'new economy' e-commerce of e-amusement en diensten, wie een manier bedenkt om ervaringsprodukten beter af te stemmen op de klant zal snel resultaat zien en dat ook kunnen vertalen naar een toekomstige stroom bezoeken, aankopen clicks, etc. De "harde" toekomst-waarde die men nu nog veelal instinctief toekent aan de ondernemingen in de internet-sfeer moet hierin gevonden worden. Die "hitrate" en dus de "connection-bonding-verslaving" vertaalt zich in de waarde van 'n e-business, omdat er een stroom bezoekers op gang komt die de meerwaarde herkent en terugkomt. Die waarde kun je uitdrukken in aantallen bezoekers, maar beter in aantal bezoeken per klant per periode. Daar is weer een gegenereerde omzet aan te verbinden. Operationeel verlies telt minder, zolang er maar toegevoegde ervaringswaarde ontstaat, dus alle naar buiten gerichte acties, klantencontacten en promotie zijn investeringen, slechts de interne kosten die geen toegevoegde waarde hebben hoeven in de hand gehouden te worden. Het gaat om omzet-interne kosten verhoudingen (binnen meer traditionele randvoorwaarden als liquiditeit) en terwijl velen denken dat grote e-bedrijven ook een bodem moeten kopen in bijvoorbeeld traditionele content of distributie is dat nog maar de vraag. Als "Go virtual" werkelijk opgaat voor de marketing van "ervarings-produkten" dan is die ankering in de oude, fysieke cultuur misschien eerder een remming.
De verandering die de nieuwe economie hier brengt is dat we de "verkochte" ervaring dynamisch kunnen toesnijden, individueel maken, en dus meer treffend. Hoe meer individualisatie (effectief gerichte en als zodanig ervaren customization), hoe meer bewuste en onbewuste verslaving aan de ervaring, bij drugs noemt men dat de sociale verslaving. Niet "content is king", maar "tailored experience" is de magische ingrediŽnt die producer en consumer verbindt. In wisselende rollen, want de rollen verwisselen nogal gemakkelijk, de consument kan z'n ervaring (of z'n beleving ervan) weer terugverkopen en zo producent of prosumer worden. Wie is bij een chat-service de leverancier, in hoeverre is bij interactieve TV de kijker de acteur? Ben je als deel van een test-panel producent, is email auteursrechtelijk beschermd als dat wordt ge-exploiteeerd?

Persoonlijkheids-typologie
Hier is natuurlijk een beter inzicht in de individuele psychologie erg nuttig , we kunnen wat dat betreft een opleving van de 'softe' sector verwachten. Er valt mijns inziens meer te leren van millennium-oude inzichten in de menselijke pseudo-self mechanismen (ego) uit de Veda's, het sufisme en andere vaak esoterische tradities dan uit de moderne statistische analyses en typologie van b.v. Meyers-Briggs. Bijvoorbeeld de typologie die bekend staat als het "enneagram" biedt aanknopingspunten voor e-marketing. In plaats van een systeem waarbij op basis van overeenkomsten en statistische analyse suggesties en ervaringen worden aangeboden, kan daarmee een model worden ontwikkeld waarmee ook voor nieuwe en nog niet bekende produkten de doelgroep en de marketing-strategie duidelijk wordt. Overigens vanuit privacy-overwegingen een trend die zeker zorg verdient, maar de economische voordelen van op maat gesneden marketing (ťn produktie en distributie) zijn helder. Zeker waar het gaat om goederen en diensten met een hoog fysiek gehalte, zoals huizen of auto's zou op die manier enorm bespaard kunnen worden, zelfs bij een hogere mate van variatie en custom-produktie.

New-economy (3): een bemiddelings-economie, de markt is hier en nu
Bemiddeling, het bij elkaar brengen van partijen, kopers en verkopers, is in dit kader een heel interessante dienst. Liefst zonder fysieke uitwisseling, zonder papieren tickets of hard copy bevestiging, als je het met een code- of boekingsnummer afkunt is het wel zo gemakkelijk. De beperkingen, zoals de download bandbreedte of de maat van de brievenbus en de logistiek van fysieke leveringen zijn duidelijk, maar men vindt hele slimme oplossingen. Het kan ook helemaal virtueel blijven, een website die een chat-service aanbiedt is een bemiddelaar, een immateriŽle en vergankelijke dienst die resulteert in evenzeer vergankelijk en immaterieel genoegen of tenminste ervaring.
Een goede e-commerce toepassing brengt de markt als het ware bij de klant thuis, onmiddellijk en transparant. E-Bay is daarvan een mooi voorbeeld, je moet daar direct onderhandelen met de aanbieder, in competitie met andere bieders, de markt is hier en nu, voor je op het beeldscherm. Met alle gevaren van dien, je kunt bedonderd worden, zelfs je geld kwijtraken en hier zien we dan ook de taak van de dienstverlener, die moet zorgen dat de 'veiling-ervaring' niet te veel beschadigd raakt. Iets dergelijks geldt voor internet-bemiddelaars op allerlei andere markten, waarbij de kunst weer is om het zo persoonlijk mogelijk te maken en de hitrate van de ervaring zo hoog mogelijk te houden. Wie een slechte ervaring heeft met een bepaalde dating service of postorder-site komt niet meer terug, dus moet men het aanbod zo zuiver mogelijk proberen toe te snijden op de individuele vraag, door analyse van die vraag, de vrager, diens historische gegevens (op die site of uit andere bronnen) en relevante omstandigheden. Als je paraplu's wil verkopen is het bijvoorbeeld handig om te weten of het ergens gaat regenen. Zorg dat de bemiddeling tot een optimaal resultaat leidt, zodat de klant een optimale ervaring heeft.
En daarmee is de basis van de nieuwe economie weer in zicht gekomen, want om die ervaring (actueel, interactief en persoonlijk) draait het. Naarmate we minder te maken hebben met de primaire behoeftes zoals voedsel, onderdak en ook zaken als voortplanting, veiligheid en (beroeps)opleiding min of meer adequaat geregeld zijn komen de hogere doelen zoals zelfverwerkelijking, gerechtigheid en individuatie in zicht, maar ook de behoefte aan "erbij" horen, ontspanning of gewoon bezighouden. De opvatting van Maslow, dat deze hiŽrarchie vastligt, is wat achterhaald, het blijkt dat de rangorde van behoeften cultureel bepaald is en ook individueel verschilt. Dat maakt het lastig om eenduidig te bepalen welke behoefte bevredigd wordt en dus welke 'dienst' geleverd wordt. Moeilijk te onderscheiden, voor de ťťn is muziek een diepe beleving, voor de ander een tijdvulling, maar we kunnen het wel onder de gemeenschappelijke noemer "ervaring" vatten.

New-economy (4): levert informatie, geen data
Informatica in breder kader
Het binnenhalen van enorme hoeveelheden data is niet wat we zoeken, en zeker niet als we het hebben over 'ervaringen'. We willen de juiste data, niemand wil door vele webpagina's ploeteren om te vinden wat ie zoekt. In de nieuwe economie draait het zogenaamd steeds meer om "informatie" maar dat is een enorme misvatting. ICT staat voor Information and Communication Technology, maar het is nauwelijks meer dan data transmissie en processing.
De constante vermenging van de begrippen data en informatie is erg verwarrend en een dieper begrip van de manier waarop data soms (en niet voor iedereen en alles op dezelfde manier) informatie wordt is de echte uitdaging van deze tijd.
Informatie is wat de ontvanger werkelijk bereikt, een bit is only information if it bytes. Hoe dat werkt is geen kwestie van snellere processoren en meer opslag, maar van een beter begrip van cognitieve processen, hoe filteren of selecteren we de tientallen bits per seconde die ons werkelijk raken uit de enorme databrei die ons bereikt via de zintuigen (ogen/oren etc). Daarbij helpt de psychologie en in de marketing weet men ondertussen echt wel welke kleuren, vormen, lettertypes en geluiden beter scoren, maar is dat nog geen deel van een brede informatie-theorie.
Informatie in die bredere en 'echte' zin is waarschijnlijk ook geen eenrichtingsverkeer, de ontvanger is niet de passieve receptor, maar beÔnvloedt de zender. Het klassieke model van Claude Shannon (zender-ontvanger) is in die zin vergelijkbaar met de "klassieke" fysica, in een quantum-theoretische communicatie-theorie zijn zender en ontvanger met elkaar verbonden en is informatie een veldverschijnsel en een tweezijdig interactief proces. Daarin spelen net als in de quantum-fysica vreemde verschijnselen. De grenzen van tijd en ruimte - zoals die in het theorema van Bell (non-locality, informatieoverdracht sneller dan licht) al onderuit gehaald zijn - vallen ook in de 'echte' informatica weg. Een informatica die ook zaken als synchroniciteit en "magie" niet aanpakt of erkent, blijft dan beperkt tot de 'logische' causaliteit. En juist die traditionele logica lijkt steeds minder op te gaan in de "new economy". 1 plus 1 is niet langer 2, maar vaak 0 of 1 en soms een veel groter getal, vergelijkbaar met de superpositie van golven. Die kunnen elkaar uitdoven, maar ook versterken en de economische activiteit in de new economy heeft ook een dergelijk patroon van nauwelijks individueel, maar wel statistisch significante verschijnselen. Denk maar eens aan gratis weggeven van software, je denkt als gebruiker dat je alleen maar profiteert, maar uiteindelijk kan het resultaat zijn dat we allemaal vastzitten aan dat product. Het ziet er dus naar uit, dat net als in de fysica ook in de economie een andere benadering gebruikt moet gaan worden, waarbij zaken als prijs, vraag en aanbod niet in een direct causaal verband staan, maar eerder als golf-verschijnselen gezien moeten worden. Misschien dat de vaak grillige curves uit de economie hiermee beter verklaard kunnen worden. De duidelijke overeenkomst met de fysica is dat er een soort informatie-golf meespeelt, die het golfverschijnsel van een statistische mogelijkheid tot een feitelijk meetbare waarde reduceert op het moment dat bijvoorbeeld iemand iets koopt, naar analogie van de onzekerheids-relaties van Heisenberg. Een van de voorbeelden van een niet direct logisch en causaal economisch gedrag is wat ik het digitale prisoner's dilemma noem. Wanneer twee aanbieders min of meer dezelfde digitale goederen aanbieden, zien we vaak dat ze elkaars "handel" verpesten door het steeds goedkoper en uiteindelijk gratis aan te bieden. Webbrowsers, maar bijvoorbeeld ook de content-libraries als encyclopedieen en digitale foto's werden uiteindelijk gratis aangeboden. Hufterigheid verhuld als marketing, maar in economische termen een piek (singulariteit) in de prijs-aanbod verhouding.
Met de bovenstaande vier kwalificaties van de nieuwe economie is natuurlijk nog geen compleet beeld geschetst en blijft het nog steeds moeilijk om te bepalen of een bepaalde dienst levensvatbaar en rendabel zal blijken. Hopelijk geven die kwalificaties wel wat nieuwe invalshoeken. Met name het inzicht, dat micro-targeting de hitrate ofwel het succes van het aanbod kan beÔnvloeden zou door menige e-marketeer ter harte genomen kunnen worden. Concurreren met steeds meer kleurtjes en foefjes en een lage prijs als belangrijkste wapen is niet voldoende om een stevige web-positie op te bouwen, je moet zorgen dat de klant tevreden is met de ervaring. Dienstbaarheid wint!

Luc Sala
sala@dealerinfo.nl


juni 2003 © Dealer Info